Amor fati

Plotseling ving haar blik een schim in het feestgewoel. Een glimp, een spoor van een verloren silhouet. Ze schrok ervan. Hij keek om, maar niet naar haar.

 

‘Mevrouw?’, hoorde ze achter zich. Niet zijn stem. Ze wendde zich, maar bleef  wel geconcentreerd zoeken naar wat ze had verloren. Opnieuw en tevergeefs, ze was hem al zo lang geleden kwijtgeraakt. Met weerzin had ze het omarmd. Amor fati. Beslissende ogenblikken kwamen altijd onverwachts. Beslissende ogenblikken werden aangereikt als consumpties op een schaal.

 

‘Mevrouw?’, klonk het nogmaals. Tikjes op haar schouder, nauwelijks voelbaar, maar genoeg om te weten dat het om haar ging. Ze draaide verder en overzag vluchtig de consumpties waarvan ze er eentje pakte. Het lag allemaal al uitgestald, het was allemaal al verzonnen. Toen pas had ze oog voor de ober. Haar hart sloeg over. De vergelijking was ongekend. Zijn glanzende zwarte haar in een strenge scheiding, zijn brede schouders in het getailleerde pak, en van die lakschoenen die Guido ook zo graag droeg. Amor. Maar zijn lach was niet de zijne en ze beleefde opnieuw haar grootste angst. Dat hij nooit meer terug zou komen. Fati

 

Nadat ze het hapje had terug gelegd, sloeg ze haar armen over elkaar. Zo sloot ze zich af voor verleden en toekomst. Wat overbleef was het altijd aanwezige lege nu.

 

De ober knikte, maar ze zag het niet. Zij keek over zijn schouder naar de lentezon die werd opgevangen door de bomen van het plein. Aangename voorjaarwarmte. Prikkelende voorjaarszon. Het was alweer een jaar geleden. Opnieuw nu die kilte die door haar binnenste was gleden toen hij had verteld wat ze niet had willen horen.

Ze keek naar haar vingers, haar handen die ze die middag tot vuisten had gebald. Vuisten waarmee ze op zijn rug had willen slaan omdat ze zó wanhopig en zó verdrietig was. Maar hij was al weg. Vingers die ze door het gras had laten glijden, gewoon om toch maar iets te voelen. Het dorp lag onwetend achter haar in het veld. Onbekommerd, zorgeloos.

 

De ober reikte de schotel nog eens aan. Vormde niet alles een detail waarbij het er enkel om ging welk standpunt je innam? Het wolkeloze voorjaar had destijds gezegd dat het goed was. Nu was het alsof de zuivere dag haar voor de gek had gehouden. Nu was het of alle mensen op het plein voor de gek werden gehouden. Ze zagen het niet, geen van allen. Ergens bestond er wel een wereld zonder leugens, maar niet hier. Ze hoopte vurig dat Guido er was gekomen. De hapjes wuifde ze weg.

 

Zijn plotselinge mededeling. De harde onontkoombare klap. Aangereikt en aangenomen als consumpties op een schaal. Een klap die onthulde dat er niet één wereld was. Een dubbel bestaan. Een extra dimensie die buiten de tijd bestond en buiten de ruimte. Al die werelden kenden ze hier op dit plein nog geen van allen. De ober ging geruisloos op in het gewoel. Ook zij verdween, langzaam en met lege handen.

 

Ze vielen. Ze vielen allemaal.

RENOIR, Pierre-Auguste
Dance in the Moulin de la Galette
1876
Oil on canvas
Musée d'Orsay, Paris

  copyright © Erik de la Porte (2019)   erik.delaporte@gmail.com

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Instagram Social Icon