NEMESIS

Ik keek over haar naakte schouder naar de bootjes. Ze gleden onrustig door het kalme water. Een zonnestraal weerkaatste op de ronding van een mast, het hield mijn blik gevangen.

 

‘Kom je nog steeds bij me als zij geen rol meer speelt?’

 

De blauwe achtergrond slokte de boten op in een trompe l’oeil die van waterkant tot horizon lag uitgesmeerd. Het was onduidelijk waar water overging in lucht, maar dat leek ook niet langer uit te maken. Het bedrog dat voor mijn netvlies opdook, vulde mijn ogen met weemoed en de speelse schoonheid van het landschap werd bezoedeld door een onrust in mijn gemoed. Wanhoop bedroog het oog. In het geweten had zich het gevoel genesteld dat nadrukkelijk mededeelde dat er niets meer viel te veranderen. Want waar liep de waarheid over in leugens en waar bevond zich het verloop tussen realiteit en veinzerij? Geruisloze overgangen maakten de wereld precair en de beloken vervorming ontnam het zicht op het bedrog.

 

‘Dus?’

‘Dus weet ik niet wat beter is. Haar pijnlijk laten leven in onwetendheid waardoor onze toekomst onzeker blijft, maar in ieder geval aanwezig.’

‘Of?’

‘Of de duisternis verlichten met het licht van de waarheid, waardoor bedrog verdwijnt die onze toekomst waarschijnlijk met zich meeneemt.’

‘Jij bent altijd maar bezig met de waarheid, kun je dat nou niet één keertje loslaten?’

‘Ik zou niets liever willen, maar steeds wanneer we samen zijn, word ik met die vraag geconfronteerd en lijkt het erfgoed van mijn betrouwbaarheid telkens meer terrein te hebben verloren.’ Ik schaamde me, onze naakte lichamen maakten ons fragiel.

 

Claude Monet
Regatta in Argenteuil
1872

Oil on canvas, 48 x 75 cm
Musée d'Orsay, Paris

Ik keek van de flonkering bij de boot naar de matte tranen in haar ogen. Mijn blik was gevuld met mistroostigheid, die van haar met een gelaten verdriet dat was verbonden met wanhoop. De slappe rand van haar zonnehoed lag gebogen over haar wenkbrauwen en hielden de sproetjes rond haar neusje uit het lome zonlicht. De leugen waarin we leefden, hield vlekjes waarheid uit het zuivere veld van die werkelijkheid en in datzelfde veld manifesteerde zich onontkoombaar de waas van het houten huis op de oever van de overkant.

‘Rechtvaardigheid wordt gereguleerd door Nemesis en omdat we bewust bezig zijn met iets wat echt niet kan, is het een kwestie van tijd voordat de godin van de gerechtigheid ingrijpt, ons de leugen ontneemt en de waarheid aan het licht brengt.’

 

Ik wilde het er niet mee eens zijn, erin geloven dat we zelf konden beslissen wat rechtvaardig was en hoe we daarmee om konden gaan.

 

Isabelle dook op aan de voorzijde van het huis dat rood oplichtte in de avondzon. Het voorste bootje legde aan. Het zeil zakte terwijl de jurk van Sandra weer terug over haar schouders gleed. Lucht en water liepen in elkaar over zoals de leugen en waarheid dat deden. Ik keek naar de onmogelijkheid voor mij die in één beeld was gevangen. Sandra die wanhopig wachtte. Isabelle die daar niets van wist.

  copyright © Erik de la Porte (2019)   erik.delaporte@gmail.com

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Instagram Social Icon