Goden, helden en atleten

1. De oudste oude Grieken

De tempel van Hera II, Paestum. Ca. 460bc

Inleiding

De Griekse cultuur wordt beschouwd als de bakermat van de West-Europese civilisatie. In deze Archaïsche periode (800bc – 480 bc) steeg de drang tot het maken van het mooiste en het beste tot ongekende hoogte. Hier werd de basis werd gelegd voor de ontwikkeling van onze filosofie, wetenschap, kunst en literatuur. Op de duizenden eilanden en het vaste Griekse land liggen de wortels van onze beschaving, bijna drieduizend jaar terug, in het oude Griekenland, dat destijds niet één land was zoals nu, maar een wereld met een mengeling van volkeren die toch íets samen gemeen hadden; Grieks zijn. Voorafgaand aan de Archaïsche tijd, vinden we de Minoïsche en de Myceense beschaving die rond 2000bc begon en rond 1200bc plotseling ophielden met bestaan. De opbloei van de cultuur vind plaats na de zogenaamde Duistere eeuwen.

De oude Griekse wereld

Minoïsche beschaving

Rond het jaar 2000bc, toen we in Nederland nog leefden in plaggen hutjes en jaagden op wilde dieren, was er in die oude wereld al sprake van een zeer ontwikkelde beschaving. Rond het jaar 1900 zette een Engelsman voet aan wal op het eiland Kreta. Het was de archeoloog Arthur Evans die een grote liefde kende voor de oude verhalen van Homerus. Hij las over het prachtige eiland waar koning Minos heerste in de indrukwekkende stad Knossos.

Knossospaleis op Kreta

In diens prachtige paleis lag volgens de mythe een duizelingwekkend doolhof met in het centrum een gevreesd wezen, half mens, half stier. De minotaurus, een weerzinwekkend beest dat leefde op het vlees van jongens en meisjes. Evans was ervan overtuigd dat hij dat paleis op Kreta zou vinden. En hij vond het, het paleis van Knossos van het volk dat Evans de Minoïsche beschaving noemde. In het paleis dat hij van onder de aarde blootlegde, zag hij overal fresco’s van stieren.

Stiersprong

En hij vond het, het paleis van Knossos van het volk dat Evans de Minoïsche beschaving noemde. In het paleis dat hij van onder de aarde blootlegde, zag hij overal fresco’s van stieren. De stiersprong, fresco uit het Knossospaleis op het Griekse eiland Kreta. De aandacht gaat natuurlijk naar de centrale figuur boven de stier, een jonge man die de zogenaamde stiersprong uitvoert, een salto mortale. De gewaagde sprong begint bij het hoofd van het dier waar een danseres de stier bij zijn horens vat. Aan de achterzijde staat een zelfde dansers uitgestoken armen klaar om de danser veilig te laten landen. Degene die deze schildering heeft gemaakt, lukte het al om zeer gecompliceerde bewegingen vast te leggen. Door de langgerekte vorm van de stier lijkt het of deze zich roert om zich te ontdoen van de dansers.

Wat Evans nog meer ontdekte waren beelden, vazen en talloze fresco’s met daarop mensen die een diepe verbinding voelden met de prachtige wereld om hen heen. Patronen van de natuurlijke wereld overal, gefascineerd door de dieren met schitterende vormen en kleuren maar ook hun gevaar. Hij legde een beschaving bloot waarin te zien was dat de mensen in harmonie leefden met de natuur.

Sir  Arthur John Evans
Octopuspot
Slangengodin

De liefde voor de natuur manifesteerde zich op de oppervlakten van geschilderde vazen. De zee en de wezens die daarin leefden, inspireerden ook de maker van deze Octopuspot. de tentakels van de inktvis reiken over de gehele pot en omarmen als het ware het voorwerp.

Boven: Dolfijnenpot
Links: Octopusvaas
Midden: Grifioenvaas

De Minoische beschaving werd uiteindelijk gekoloniseerd door een andere, de Myceense. Na een vulkaanuitbarsting op het nabij gelegen eiland Santorini raakte het handelsnetwerk van de Minoïsche beschaving verstoord. Vloten en havens werden verwoest door een tsunami van tientallen meters hoog. Het was de Myceense bevolking,  woonachtig op het schiereiland de Peloponnesos, die de handelsroutes overnamen en zo ook het eiland Kreta. De precieze oorsprong van de Myceense cultuur is ons nog altijd niet bekend, maar we weten wel dat ze net als Kretenzers paleizen hebben gebouwd.

Bronnen

Eris, menis, tisis en de Homerische kwestie

Homerus zou hebben geleefd rond 800 tot 750 bc en stond in de oudheid bekend als ὁ μὴ ὁρῶν, de niet ziende. Geboren in het stadje Smyrna of misschien wel op het eiland Chios, dat is niet met zekerheid te zeggen, zou hij in zijn levensonderhoud hebben voorzien met het verzamelen van verhalen. Sommige wetenschappers gaan er vanuit dat Homerus blind was en dat hij daarom mythen en verhalen samenbracht, maar er zijn ook geleerden die beweren dat hij nooit heeft bestaan en dat de naam Homerus een verzamelnaam was voor verschillende dichters. Studie hiernaar noemt men de Homerische Kwestie. De Ilias en de Odyssee zijn de twee bekendste werken die aan Homerus worden toegeschreven. Het zijn epische gedichten die zich afspelen rondom de strijd om Troje. De Ilias (Ilion was de andere naam voor Troje) beschrijft hoe Helena, de vrouw van koning Menelaüs wordt geschaakt door Paris, de zoon van koning Priamus van Troje, en over de veldtocht van Agamemnon om Helena weer te bevrijden.

Een belangrijk thema in het gedicht is de wrok van de Griekse held Achilles jegens Agamemnon om een buitgemaakte slavin. Achilles onttrekt zich hierdoor aan de strijd met militaire rampspoed voor de Grieken als gevolg. Wanneer Achilles' wapenmakker Patroclus sterft, gaat Achilles weer aan de strijd deelnemen om zich te wreken op de Trojaanse held Hector.

Homerus

Myceense beschaving

Bekende verhalen als de dood van Achilles, die getroffen zou worden door een giftige pijl in zijn achillespees en de  krijgslist van het Paard van Troje worden in de Ilias niet in vermeld. De Grieken vatten het thema van de Ilias als volgt samen: eris (twist tussen Achilles en Agamemnon), menis (Achilles’ wrok tegen Agamemnon) en tisis (Achilles gekoelde wraak op Hector die Patroclus had gedood.)

In de Odyssee, de naam die is afgeleid van de slimme en statige Odysseus, wordt verteld hoe deze held over de wereld zwierf nadat hij had meegevochten in de Trojaanse oorlog. Wanneer hij na tien jaar eindelijk terugkwam in zijn koninkrijk Ithaca, rekende hij af met de verleiders van zijn vrouw Penelope, die trouw op hem had gewacht.

Rond 1500bc was er al sprake van een eigen Myceense cultuur met als hoofdstad Mycene, gelegen op een rotsachtige berg. Ook over dit volk heeft Homerus over geschreven, hij noemde Mycene als ‘rijk aan goud’. Deze stad werd net als Knossos, blootgelegd door een archeologische avonturier; Heinrich Schliemann.

Gravure van de Leeuwenpoort
Citadel van Mycene

Waar Evans geloofde in Homerus beschrijving over koning Minos, deed Schliemann dat in koning Agamemnon die mee had gevochten in de Trojaanse oorlog. Maar zoals bekend over de gedichten van Homerus, wat mythe was en wat echte geschiedschrijving, was nog niet duidelijk. In 1876 vond de Duitse archeoloog echter een gouden masker dat volgens hem het dodenmasker van deze koning moest zijn geweest; het 'Masker van Agamemnon'. Hij vond er verschillende in het koninklijke begraafcomplex.

Dit masker is een van de ons eerste bekende pogingen in Griekenland om een menselijk gezicht levensgroot te uit te beelden. Het is niet bekend of deze Myceense maskers bedoeld waren als portretten. Schliemann heeft zowel jeugdige als volwassen gezichten gevonden. Dit exemplaar met zijn volle baard was misschien een koning, maar niet Agamemnon zoals hij wenste, want zou Agamemnon een echte koning zijn geweest, dan leefde hij zo'n 300 jaar nadat dit masker is gemaakt. Het kunstobject maakt wel duidelijk dat de Myceners inderdaad 'rijk aan goud' zoals Homerus had beschreven.

Dodenmasker Agamemnon

Waar sterke vestingpaleizen op Kreta waren opgesierd door kleurrijke fresco's, werd dat in Mycene gedaan middels monumentale architecturale beeldhouwkunst. ‘De Leeuwenpoort’ is de buitenste toegangspoort van dit bolwerk. Het wordt links beschermd door een muur die is neergezet op een natuurlijke rots en rechts door enorme stenen blokken. Alle naderende vijanden zouden bij het zien van deze zes meter hoge verdedigingsmuur de moed al in de schoenen zinken. De poort bestaat uit twee grote monolieten die zijn afgedekt met een enorme latei. Daarboven bevindt zich een driehoek waarin twee gebeeldhouwde leeuwen aan de zijkant van een zuil staan. Deze leeuwen bewaken de toegang tot het imposante Mycene.

Leeuwenpoort Mycene

Rond 1200bc verdwenen deze stedelijke beschavingen. De oorzaak is daarvan is nog omstreden. Sommige wetenschappers denken dat het met een hongersnood te maken heeft gehad en weer andere zijn van mening dat er een volksverhuizing van zeevolken op gang moet zijn gekomen. In ieder geval kwamen de oudste oude Grieken terecht in de Duistere eeuwen, de Griekse middeleeuwen die pas weer ophoudt in de achtste eeuw aan het begin van de Griekse kolonisatie zo rond 750bc. wanneer de zogenaamde Archaïsche periode start. In deze periode is er weer sprake van een bevolkingsgroei en bloeit de Griekse wereld helemaal op.

  copyright © Erik de la Porte (2019)   erik.delaporte@gmail.com

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Instagram Social Icon