SCHEMER

RENOIR, Pierre-Auguste
Near the Lake
c. 1880
Oil on canvas, 48 x 56 cm
Art Institute, Chicago

Verbittering, dat was het eerste woord dat in hem opkwam. Verbitterde donkerte in het contrast met de stralen die door de wolkeloze hemel sneden. Het was stil om hen heen, de wereld rustte uit nadat ze was ingenomen. Denzel absorbeerde het vroege avondlicht dat langzaam de middag overmeesterde. De drukte verdween geruisloos met de laatste bezoekers en flarden van okergeel deden de wereld helend glanzen, gebalsemd in haar vermoeidheid. Ook Sandrine glansde, vlakbij en verwachtingsvol. Bijna zuiver, maar niet helemaal. Die ene wolk was toch voor hun zon gekropen, al had hij zo gehoopt van niet. Zij vroeg Denzel naar de bekende weg.

Hij negeerde haar vraag door een sigaret op te steken althans, zijn lichaam deed dat omdat zijn lichaam wist hoe dat moest. De rook gleed langs de hangende takken die hen verborgen hielden. Ze vormden het bestandsdeel van de betovering van hun geheim, maar wat hadden ze daar uiteindelijk aan? Toen Denzel besefte dat het heimelijk was, keerde ook de realiteit terug. Een olievlek die weerloos dreef op het water. Troebel figuur dat opdook zonder waarschuwing. Het bracht de onmogelijkheid van het geluk aan het licht. Een machteloosheid die hem doordrong van wat ze daar deden. De waterspiegel reflecteerde zijn gemoed, verbitterd door verbittering. Waar vond je nog een heldere ziel?

  

Sandrine strengelde haar vingers ineen en lachte om zijn antwoord te bespoedigen. Tegen beter weten in natuurlijk, maar zo deed ze altijd als ze iets voor elkaar wilde krijgen. Denzel dook weg in de krul rond haar mond, die sierlijke volute die de aanleiding was geweest dat hij haar niet had kunnen weerstaan. Haar korte glimlach waarvan de nagalm nog altijd doorklonk, had destijds het laatste duwtje gegeven. Dat was nog steeds zo, ook na twee jaar.

Verleiding, de aantrekking die uitging van iets moois en de macht die daarmee was verbonden. Ze lieten het allebei gebeuren, hoewel ze wisten dat het hen naar de ondergang zou leiden. Verblind voor de waarheid, maar dat moment van ineenstorting duwden ze zo lang mogelijk vooruit. Een wrange zucht naar een verlangen. Een wolkeloos uitzicht waarin verloren hoop niet op lucht gebouwd hoefde te worden.

Hij rookte onverschillig en probeerde die altijd aanwezige dreiging te negeren, het onheil, onzichtbaar aanwezig, deinde op de achtergrond. Simone’s onrustige geest met een sombere gezichtsuitdrukking waarin de ogen grondeloos lagen weggedrukt. Wat een contrast met de zachtaardigheid die vonkte van onder Sandrines hoedje. Natuurlijk kon een leven niet enkel uit geluk bestaan, maar gold dat ook niet voor het tegendeel?

 

De hoop die Denzel had gevoeld toen Sandrine hem voor het eerst had aangekeken, zomaar en per ongeluk. Hoe anders dan dat waar Simone nog uit bestond? Niets van een onheil dat het leven zou verdonkeren als een olievlek op een waterspiegel. Die middag was hij vooral verbaasd geweest dat het zó ook kon zijn.

 

Sandrine keek hem nog altijd vragend aan. Hij kon het niet uitspreken, maar zij las de boodschap in zijn ogen. Hij had het Simone nog niet verteld.

  copyright © Erik de la Porte (2019)   erik.delaporte@gmail.com

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Instagram Social Icon