HOOP

‘Mag ik je iets te drinken aanbieden?’

 

Krakend schuurde de vraag langs de gevulde tafeltjes op het terras, dwars door het verzadigde ruitvormige middaglicht dat loom rustte op de versleten keien van de patio. Het meisje keek afkeurend. In haar misprijzen vond hij de opening waarop hij had gehoopt. De kelner bekeek ze stil, verwachtingsvol.

‘James, en jij?’

 

Hij nam zelfverzekerd plaats op de lege stoel naast haar. Onbewogen sloeg ze hem gade zonder te antwoorden. Haar blik onpeilbaar, haar houding bijna hautain. Terwijl ze hem aankeek, vulden haar ogen zich met een treurige blik van geduldige wanhoop, maar James liet zich niet imponeren.

‘Sorry hoor, maar ik wil gewoon even bij je in de buurt zijn.’

Ze legde haar armen op tafel en draaide zich iets naar hem toe. ‘James wil gewoon even bij mij in de buurt wil zijn?’

 

Hij knikte, liet zijn grote hondenogen zwijgend spreken en hoopte dat zij daar zijn hunkering naar het vormeloze en mateloze eeuwige zou zien. Waarschijnlijk zag ze iets anders.

‘Nou James, wat vind jij hiervan? Ik vang jouw blik, blijkbaar ben ik daarin datgene waarnaar de hele wereld opzoek is. Liefde, het liefst een grootste.’

Ze draaide zich nog meer naar hem toe wat James ervoer als een bevestiging. Hij kreeg de indruk dat haar ingang groter werd, hoopte enkel dat dat onbetreden veld geen hiaat zou zijn.

 

MANET, Edouard

At Père Lathuille
1879
Oil on canvas, 93 x 112 cm
Musée des Beaux-Arts, Tournai

‘Laten we er vanuit gaan dat dat bestaat. Er wordt zoveel ophef over gemaakt, zoveel stampij, dat er wel zoiets moet zijn. Stel dat wij zo’n liefde zouden kunnen ervaren. Dat we straks naar brug wandelen, jij per ongeluk mijn hand aanraakt en ik weet dat het niet per ongeluk is, maar dat wel zo opvat om het prille liefhebben niet te ontdoen van het ornament. We geven die heisa een kans en wanneer we gebukt over de reling wijzen naar een watervogel of een roeiboot, dan kijk je naar mij en zeg je net als nu wat je zo fijn vindt. Toch weten we dan allebei al dat er nog iets achter ligt‘

‘Iets achter ligt?’ Beheerst nam hij een nip van zijn cognac. Stroperige drank gleed heet en prikkelend naar zijn maag waar het als een olievlek bleef drijven. Hinderlijk. Afstotend. Tegenovergesteld aan wat zij met hem deed.’

 

‘Sophie.’

Hij vatte haar hand en verbaasde zich over haar excentrieke ouverture.

‘Naïeve James, we weten toch nu al dat we na een poosje tot inkeer zullen komen? Dat deze op het oog ontluikende liefde, niet meer behelst dan een schaduw van een nog grotere kans, zoals dat altijd  zo zal zijn. We raken vanzelf weer in verval zoals dat ook altijd zal zijn. En ik voorspel je dat jij je best zal doen om er toch nog iets van te maken.’

 

Het was geen hiaat, het was een hauw om hem weg te jagen. Maar in die haal lag de heldere uitnodiging om daarbinnen te mogen ontdekken wie zij was. Hij kantelde zijn hoofd, keek haar verliefd aan.

 

‘Hallo Soof!’

  copyright © Erik de la Porte (2019)   erik.delaporte@gmail.com

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Instagram Social Icon