HET GROTE VERHAAL

MANET, Edouard
Olympia
1863
Oil on canvas, 131 x 190 cm
Musée d'Orsay, Paris

Het bosje bloemen stond verloren naast haar gemis. Haar hart en bed bleven voortaan leeg, de mankerende liefde kon die vorm nooit meer verdrijven.

 

Soms gleed ze met haar hand over de lacune zoals ze met haar hand over zijn borst was gegleden. Zacht en toegenegen en met alle liefde die ze bezat, maar ook ruw en passievol opdat ze haar lust voor een moment wist te blussen. Het toverde rimpels tevoorschijn uit het gladgestreken residu maar dat was enkel surrogaat zoals het overblijfsel na zijn vertrek dat was. Een idee waarmee ze zich zogenaamd kon verzoenen, berusting omdat hij had bestaan, dat het echt was geweest. Ze begreep nu de mensen die net als zij waren verbannen uit het grote verhaal.

 

Op de grens van het leven stond het monster dat de toegang naar het domein van de dood bewaakte. Ze verafschuwde hem want ze wilde niets liever dan het aardse te buiten gaan, door het gapende gat van haar hart stappen om naar de bodem van haar verdriet af te dalen met het elixer dat weer leven in de dood kon brengen. Het monster stond het niet toe.

Haar gemis was even bodemloos als de dood en haar verlangen naar het onmogelijke maakte enkel duidelijk dat ook hun verhaal tot een einde was gekomen. Het bosje bloemen reflecteerde de zinloosheid.

Dit is een paragraaf. Klik hier om uw eigen tekst toe te voegen.

Voor het eerst voelde ze dan wat leegte echt betekende en direct begreep ze dat het gevoel uit de dagen van hun samenzijn, voor altijd was bedorven. Ze leunde tegen de achterste woorden van het laatste hoofdstuk van de vertelling waarin ze samen hadden rondgedoold. Het was tot een einde gekomen en de bloemen die hij voor haar had achtergelaten weerspiegelden zijn gedachten.

‘Elk einde kent een nieuw begin, behalve voor hen die het leven verlaten, want leven is alles en dood is niets.’

Zij dacht daar anders over, maar dat had ze hem niet gezegd.

De meid zette de bloemen in de vaas en zij keek naar het surrogaat dat de drempel vormde die hun werelden scheidde. Maar dat gold alleen voor haar, zijn wereld bestond enkel nog uit ledigheid. Ze haatte die wezenloosheid, het bezinksel van z’n vertrek. Ze haatte de leemte die soms door de tijd heen drukte en naast haar in bed kwam liggen. Ze ervoer leegte en snapte nu de mensen die daarover hadden gesproken.

 

De leegte lag onontkoombaar in haar bed en in haar hart. De dood lag onontkoombaar in de tombe van de tijd. Dood, monster van het leven. Leemte, monster van de tijd. Ze was er niet bang voor, voelde enkel afkeer. Afkeer voor de vorm, want een gebrek vertaalde zich ook in een voorkomen. Het gladgestreken laken waarin hij normaal plooien had achtergelaten. Het gladgestreken leven dat geen waarde meer bezat. Het ontbrekende deel in haar hart dat opengereten een dreigende duisternis doorliet, waarvan ze wist dat ze daarin kon verdwalen. Hij niet, want voor hem was er helemaal niets meer.

  copyright © Erik de la Porte (2019)   erik.delaporte@gmail.com

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Instagram Social Icon