EEN ZOMER LANG

Pierre-Auguste Renoir, The Luncheon of the Boating Party 1881

‘Ken je dat gele huis voorbij de bocht? Een beetje afgelegen van de weg, met die grote tuin direct aan het water. Daar dus. Samen met mijn zusje en vader. Jij?’


‘Ik? Alleen, maar net als jij de hele zomer. Ik werk ginds bij Grenoville. Seizoenswerk, leuk en makkelijk, meer niet. Daarna natuurlijk weer terug naar de stad.’


‘En wie is deze mooie lieftallige mevrouw? Wat onbeleefd van je Marc, dat je ons niet even voorstelt.’


‘Daar zorg jij toch altijd zelf wel voor Maurice? Daarvoor heb jij Marc toch helemaal niet nodig?’ Isabelle boog zich voorover naar Claudette, sprak zacht bij haar oor. ‘Zodra iemand hier nieuw is, duikt hij er direct bovenop. Geilneef.’ Ze knikte naar Maurice, keek Claudette betekenisvol aan. ‘En dat is jammer.’ Dat zei ze weer hardop, prikte daarna een olijf van een schaaltje, stak die sensueel in haar mond. ‘Maurice is namelijk nogal bovenmatig geïnteresseerd in vrouwen, je bent dus gewaarschuwd.’ Ze sprak om haar olijf heen en leegte daarna haar glas.

 
Marc leunde achterover, keek hangend voor zich uit. Achter de heesters lichtte de wereld op. Fel en helder over het land, beloken boven het water. Boven hen vielen de zonnestralen zwaar op de roodbruine luifel, beschermde hen tegen dat harde middaglicht. Daaronder was het behaaglijk, het doek verzachtte hun contouren en goot een gedempte kastanjebruine gloed over hen heen. 

Over het water hing zo’n flinterdunne nevel die zichtbaar was omdat die de lijnen van de bootjes verdunde maar boven de weiden trilde de hitte onder de helderblauwe hemel. Daarin ploeterde Eric nu ergens, onder die hete zon op haar hoogtepunt, aan het werk voor monsieur Cahier. Hij had niet met hem willen ruilen. Loom, dommelig en heet gleed de dag traag aan hem voorbij. Hij verbaasde zich niet over Maurice, was benieuwd hoe die zogenaamde Claudette daarmee omging.

.‘Nou, wat ben je weer complimenteus. Wat is er toch mis met wat interesse in de medemens? Van een beetje aandacht wordt niemand toch slechter?’ Hij keek Isabelle olijk aan, was allerminst van zijn stuk gebracht. ‘Hallo, ik heet Maurice. Jij Claudette als ik het goed heb?’ Maurice schoof sierlijk richting Claudette en boog zich over haar heen.’


Claudette glimlachte, gaf hem een hand maar keek afwezig. ‘Aangenaam.’ Het vlekkerige licht benadrukte de zomersproetjes rond haar neus. Ze was zich bewust van haar schoonheid en trok een muur op waarop Maurice zich stuk liep. ‘En Eric?’ vroeg ze aan Marc. ‘Komt Eric hier ook wel eens?’


Isabelle leegde de wijnfles en keek haar verbaasd aan. Ze had haar goed verstaan, dat wist ze zeker. Waar was Eric eigenlijk? Ook zij had hem nog niet gezien. 


Marc reageerde niet. Ook hij had haar verstaan, hij zakte bijna onzichtbaar weg in het gebroken beeld van het leven. Hun leven. Dacht aan Sandrine en aan zijn vriend en het verschrikkelijk leed waaraan ze waren overgeleverd. ‘Eric komt niet vandaag, die is bezig met hooien.’
‘Maar ik ben er wel!’ Maurice, pakte een stoel en ging erbij zitten. 

  copyright © Erik de la Porte (2019)   erik.delaporte@gmail.com

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Instagram Social Icon