DE BOCHT BIJ PORT-VILLEZ

Claude Monet, Landscape at Port-Villez 1883

Het water gleed traag aan hem voorbij, de oppervlakte bijna egaal, de omgeving in de diepe rust die het alleen op zo’n namiddag kon hebben. Een blikveld in een gedempt grijs dat die fletse momenten reflecteerden, precies zoals dat ook met het fletse bestaan werd gedaan. Zijn bonte bestaan waarover plots die kleurloze vale sluier op die ene ochtend overheen was gevallen. Er nooit meer vanaf was getrokken. Een tak dreef mee met de roerloze stroom, een bewegingsloos verschuiven. Ook dat weerspiegelde zijn leven, een vaal bewegingsloos verschuiven. Hoe hij er ook naar keek, vaal en leeg was het leven nu geworden. 


Hij plukte een lange grasspriet en kauwde erop, turend in het niets. De rivier zweeg, maar sprak met duizend woorden. ‘Op een dag’, dacht Eric, maar daar stokte het. Hij wist heel goed dat die dag niet meer zou komen.


Wat mocht hij dan ook verwachten, of wat kon? Was hij alleen nu of waren ze nog samen? Hij dacht aan het huis in Argenteuil, de muren die niet meer beschermden. Sandrine zat daar nu waarschijnlijk tussen, probeerde net als hij te verzinnen hoe het verder moest. Hij zag haar troosteloze blik weer toen hij zei dat het alleen voor de zomer zou zijn. Dat ze daarna wel verder zouden zien. Ze had niets terug gezegd. Ze had ook niet gehuild. Ze had wel gesproken, zonder woorden, het voornemen viel zwaar en hij zag haar verdriet onzichtbaar vloeien. Vaal en stil, een bewegingsloos verschuiven. Zou zij al hebben geweten dat het zo simpelweg niet verder kon? 

‘Weet je?’, had Marc gezegd, vlak voordat hij Sandrine bij het kleine huis had achter gelaten. Ze zaten tegenover elkaar in het café bij de brug. Zijn handen zinloos op het houten tafelblad. ‘Soms is het gewoon beter wanneer je elkaar even loslaat. Loslaten weet je? Dat je niet zoekt naar een schuldige. Niet verwijtend met de vinger wijzend. Niet met een wenk toekennen wat wel zo is, maar waar je helemaal niets mee opschiet. Oké, misschien is Sandrine verantwoordelijk en oké misschien had het inderdaad allemaal anders kunnen gaan. Moeten gaan. Maar is ze zo nalatig? En is het een oplossing wanneer je haar dusdanig blijft benaderen? Verdient Sandrine dat?’ De woorden vervlogen in de denkbeeldige fluit van de stoomtrein. Het geroezemoes op het perron dat verschoot in het geschrokken lawaai na die afgrijselijke gebeurtenis. Kon hij dat loslaten? Mocht hij haar dat vergeven?


Eric kauwde op de grasspriet, keek door de bocht van Port-Villez. De tak was verdwenen, het ongeluk niet. Acht maanden waarin hun wereld volledig was veranderd. Alles was stil geworden. De wind die de rietkraag aan de oever in beweging zette, het ritselende groen dat zwichtte in de luchtstroom. De wereld was veranderd, maar wat betekende dat voor zijn belofte? Dat hij ja had gezegd en dat hij zich nu bewegingsloos moest laten meevoeren? Dat hij de handen mocht pakken die hem uit die apathische stroom wilden trekken? ‘Claudette’, lispelde hij. ‘Claudette.’

  copyright © Erik de la Porte (2019)   erik.delaporte@gmail.com

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Instagram Social Icon