CLAUDETTE

De zon laag in de hemel hield zich vast aan een verdwaalde purpergrijze wolk. Eric in de schaduw, schuifelde langs de scheve vakwerkhuisjes in de richting van het plein. Hij snoof de geur van appelbomen die door de straten dreef. De velden weids achter hem, de bescheiden kerktoren dichtbij, boven rode ingeduwde daken. Kleurde wel mooi op in het lichtgouden geel van de avond. Een silhouet op de hoek. Marc stond al op hem te wachten.

Zwijgend naderden ze het plein. Zij aan zij. Het drukke plein. Levendig. Overvol. Vierkante steenzee, bezaaid met zoveel mensen. Teveel. Eric voelde zich nauwelijks op zijn gemak, wilde het liefst weer verdwijnen. Maar Marc wilde graag en hij had ermee ingestemd. Hij bleef. Op gepaste afstand sloeg hij het leven gade.

Marc kwam met rode wijn, gaf hem er ook één. Het glas onhandig in zijn hand, de menigte dringend. In de lucht was het stiller. De wolk was nu bijna zwart geworden, dreef richting de bergrug waarachter de zon haar slaapplaats wilde vinden. Hij nam een slok en keek om zich heen.

Ze viel direct op tussen al dat gedrang en hij liet haar verschijning niet los. Een zacht doordringend gevoel van schrik toen ze hem aankeek. Zijn hart. Zijn hart voorvoelde het avontuur dat hij moest mijden. Met grote moeite ontweek hij die blik. Ze kwam zijn kant op maar hij probeerde bij haar vandaan te blijven. Verborg zich achter een groep babbelende dames, hoopte dat ze weer zou kijken. Steelse blikken, steeds opnieuw, terwijl ze alsmaar dichterbij kwam. Speels spel waarin ze voorzichtig te werk gingen. Balancerend op het koord met de vraag of ze wel bij het einde uit wilden komen.

‘Heb je haar gezien? Ze heet Claudette. Kijk zij daar met dat zwarte sjaaltje.’  Zijn wijn klotste in het glas en er zaten blosjes op zijn wangen. Marc had teveel gedronken. Was vrolijk. Maar had teveel gedronken.

Edouard Manet. 'Berthe Morisot with a bouquet of violets' 1872

Eric wees naar de grote zon die vuurrood op de bergrand wankelde. ‘Daar Marc. Kijk net zo lang tot je donkere vlekken ziet. Wist je dat die je ogen beschermen? Dat het een geneesmiddel van ons lichaam is?’

 

Verbaasd deed Marc wat hij vroeg. Toen hij naar de grond keek, bleven de vlekken op zijn netvlies dansen. Het was niet fijn. ‘Waarom liet je mij dat doen?’


Eric keek langs de huizen om het plein, sierlijk aaneen geschakeld als de kralen van een ketting. De kerktoren wierp er een lange smalle schaduw over. Hij dacht aan wat hij Marc niet zou zeggen. Dat zij als een lichtvlek op zijn netvlies beklijfde. Marc verdween in het gejoel.


En toen was ze er weer. Claudette. Ze danste naar hem toe. Wanneer ze te dichtbij kwam, bewoog Eric zich van haar weg. Wanneer ze elkaar even aankeken, lachte ze en keek hij snel de andere kant op. Dat delicate spel duurde, duurde totdat hij even niet had opgelet. Zag haar vertrekken. Arm in arm. Met Marc. Hun schaduw omringd door het schijnsel van de lantaarns.

  copyright © Erik de la Porte (2019)   erik.delaporte@gmail.com

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Instagram Social Icon