Bank in het park

De wind liet veld en bos ritselen in de rijp van de dag. Onbewust was hij naar die plek gelopen. Waar het verhaal schijnbaar eindigde was het ooit begonnen. Daar had hij haar ontdekt, net voorbij de hoeve, nabij de driesprong. Twee zomers terug die beide niet meer tastbaar waren. De tijd verdween zo snel als dat hij kwam. En plotseling was daar de vraag of hij weer alleen verder zou wandelen. Zonder haar, zoals hij ook ooit zonder haar was gekomen. Plotseling kwam het erop aan of hij het in stand zou houden. Hij kon ontsnappen, maar of hij dat zou doen wist hij zelf ook nog niet. De tijd hield hem vertwijfeld in haar greep. Al zo lang.

Hij keerde terug naar dat eerste moment. Bestoft en op zijn versleten schoenen was hij op weg naar een ander dorp in een andere tijd. Zij keek zwijgend naar de plek uit haar verleden. Het dorp lag roerloos tussen de korenvelden. Hij besloot om nooit te vergeten hoe de wolken zich daarboven samenpakten, stil en ongemerkt, maar dat leek niet belangrijk. Wat daar aan de overkant lag was al veel dichterbij dan hij kon vermoeden.

Hij groette en zij beantwoordde zijn blik. Ze zaten zij aan zij bezijden de stofweg. Tijdloos Ze dreven naar een opening in de tijd die hen in staat stelde om daarachter te kijken. Intimiteit en samenhang, een verbinding die uit zou mondden in een verbintenis. Het oude huisje naast de bakker, gesprekken bij de driesprong. Maar je moest erin geloven want anders kon je dat niet zien. Wat het nog meer betekende was nog niet aan de orde. Stekeblind was hij. Stekeblind.

‘Kom mee’, zei zij en ze pakte hem bij zijn hand. Hij liet zich meenemen, niet wetende waar naartoe.

Als hij nu zou gaan, hoefde hij niet meer naar de bakker en ook de gesprekken bij de driesprong waren dan plotseling voorbij. Haar hand die spoortjes over zijn borst hadden getrokken, maar later daarop sloegen vanwege de onmacht. Vertwijfeld omdat ze huilend naar een verklaring zocht waarom het leed juist haar zo hard moest treffen.

‘Het verdriet overkomt je niet, want tussen oorzaak en gevolg ligt altijd een moment waarop je ‘nee’ kunt zeggen. Altijd weer.’

Stephanie had hem verward aangekeken, maar hij sprak meer tegen zichzelf. In zijn verwarring had hij gezocht naar het moment waarop hij was gaan twijfelen en hij ontkende ontsteld dat hij de hoop eigenlijk al lang was verloren. Had dat ervoor gezorgd dat het niet langer meer stand kon houden? Lag daar het causaal verband? Zijn hand gleed vertwijfeld over het muurtje. Elke waarheid was ongegrond omdat hat doordacht was. En rechtvaardigheid, wat was dat eigenlijk?

Zij had haar hoofd geschud want zij wilde niet dat het voorbij was. Voor haar was het vooropgezet dat het in stand zou blijven. De avonden bij kaarslicht, de kippen in de tuin. Maar hij wist eigenlijk al lang dat hij langs dat zelfde muurtje weer zou vertrekken.

MANET, Edouard
Bench in the Garden at Versailles
1882
Oil on canvas, 87 x 105 cm

Private collection

  copyright © Erik de la Porte (2019)   erik.delaporte@gmail.com

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Instagram Social Icon