DROMEN IN EPIDAUROS

Het theater van Epidauros.

Argolis, Griekenland

Isabelle’s blik ging langs de stam van de pijnboom die stakerig reikte naar de heiige hemel waar zijn weelderige bladerdak botste tegen de afgevlakte lucht. Een oude trap leidde hen langs lage mastieken met kronkelende stammen waar de bast ruw tegenaan was gekwakt zodat de hars als gestolde lijm in dikke druppels door de gleuven werd geperst.

 

‘Heiligdom van Asklepios’, zei Kristan toen ze de treden betraden. ‘Tweeduizend jaar terug groeide het uit tot een heus medisch centrum, zoiets als ons moderne ziekenhuis. Het werd zelfs zo groot dat het een theater kreeg. Theater was voor de Grieken ontzettend belangrijk.’ De trap boog af om een haag van Indische seringen. Pluimen van bloemen met goudgele vruchten hingen zwaar aan de dunne takken. De plantenweelde bracht hen naar een breder pad dat uitkwam bij het bouwwerk dat indrukkend in de berghelling lag weggedrukt. ‘Epidauros’. Het woord was net zo betoverend als het beeld.

 

Als verlamd bleef Kristan staan, oog in oog met de donkergrijze stenen die in een halve cirkel zorgvuldig op elkaar waren gestapeld. Het maakte hem nietig op de zanderige piste waar in het midden een platte ronde steen lag verzonken in de grond. Isabella voegde zich naast hem. Voor even hadden ze die wereld voor henzelf. ‘Een plaats die je verloste van elke kwaal.’ Hij bewoog met zijn hand langs de lege ambiance.

 

‘Zullen we naar boven lopen?’ Kristan knikte en zocht een plek waar ze konden gaan zitten. Bijna bovenaan namen ze plaats. ‘Incubatie’, mompelde hij toen ze eenmaal zaten.

‘Wat zei je lieverd?’

‘Nee niks, laat maar.’

Ze keek hem aan met vreemde blik. Het was alsof de spiegel van het verleden zijn leugens daarin door liet schemeren.

‘Je zei niet niks’, antwoordde ze geprikkeld.

Hij keek naar zijn hand en hoopte dat zijn liefde erdoor Isabelle’s lichaam binnenstroomde. Een verlangen dat door zijn leugens onmogelijk was geworden. Dat wist zij nog niet.

‘Incubatie zei ik. In hun dromen konden de mensen hier genezen. Ik zal je de details besparen zodat ik je niet verveel.’

‘Waarom zou je mij vervelen?’

‘Omdat ik heus wel weet dat oude Grieken jou niet interesseren. Je bent hier voor mij, dat is niet erg.’ ‘Is dat zo? Ben ik hier alleen maar voor jou alwetende Kristan? Heb je het allemaal alweer uitgedacht?’

Terwijl het theater ademloos lag te zwijgen, drong tot hem door dat er een kloof lag tussen de droom waarin zijn liefde gered ‘moest’ worden en de mogelijkheid of dat in werkelijkheid wel kon.

 

‘Je hebt gelijk, dat kan ik niet weten.’  Hij sprak schuldbewust.

‘Wanneer ga je dat nou eens onthouden? Ik hou van je, ondanks je oude stenen. Maar jij bent altijd gericht op iets, alsof je iets vóór wil zijn. Het lijkt verdorie wel of je iets te verbergen hebt.’

 

Bedrog spon draden door zijn gedachten en hij begreep hij hoe mis het eigenlijk écht was. Zijn leugens die hun liefde ziek hadden gemaakt, vormden een kwaal die Epidauros niet kon genezen.

  copyright © Erik de la Porte (2019)   erik.delaporte@gmail.com

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Instagram Social Icon