KIJK NAAR WAT JE WÉL HEBT EN NIET NAAR WAT JE NIET HEBT...

OVER DE DE VIER GEMOEDSTOESTANDEN

Je kent dat wel, je hebt van die dagen waarop alles mee zit en je in een uitgelaten humeur verkeert, terwijl op andere dagen maar weinig lukt en je gesteldheid juist neerslachtig is. En waarom? Het is moeilijk om er de vinger op te leggen. Natuurlijk speelt ons karakter een rol in hoe we in de wereld benaderen, maar er lijkt toch van invloed te zijn op de gemoedstoestand. Wanneer ik kijk naar de stemmingswisselingen bij onze jongens, de één is vijf en de ander is zeven, dan is het opvallend hoe dicht grote vreugde en intens verdriet bij elkaar kunnen liggen en snel kunnen wisselen. Een gemoedstoestand is een tot het gevoel sprekende houding die bestaat uit een overwegende emotie die iemand een bepaalde tijd heeft. Bij kinderen kan dat dus snel veranderen. Zo zaten we een keer aan tafel na een bewogen zwemmiddag. Onze oudste was vrolijk omdat hij een goocheldoos ontving vanwege het behalen van zijn B-diploma. De jongste, die op de zelfde dag een lintje had ontvangen, was intens verdrietig omdat hij 'slechts' een ridderpak had gekregen. 'Maar ik wilde liever een bestuurbare auto’, zei hij verdrietig. Tranen biggelden over zijn wangen en zijn wereld leek tot een einde te zijn gekomen. Schuin achter hem zag ik de foto van mijn moeder aan de muur. In gedachten vroeg ik haar hoe zij die situatie zou hebben aangepakt en als antwoord kreeg ik een beeld uit het verleden. Een moment waarop ik intens verdrietig was omdat ik precies dat ene legopoppetje miste. Dan wees ze naar de doos vol blokjes en zei ze rustig en liefdevol: ‘Kijk naar wat je wel hebt en niet naar wat je niet hebt.’ Mijn moeder was een vrolijke vrouw die ook wel eens boos of verdrietig kon zijn, maar haar humeur sprong nooit over van het ene uiterste naar het andere. En al is ze niet meer hier, haar evenwicht en wijsheid wijzen mij nog altijd de weg op mijn levenspad.

Claudius Galenus (129-199)

Grieks geneesheer uit Pergamon die in dienst trad van de keizers van Rome

‘Dat soort wijsheden had zij natuurlijk niet van zichzelf al wist ik dat toen nog niet. Waar zij ze vandaan had, kan ik haar niet meer vragen. Zelf stuitte ik bij toeval op een werk van Claudius Galenus. In één van zijn anonieme brieven, ‘Over het vermijden van smart’, vertelt hij hoe hij met twee recente verliesgevallen is omgegaan. Veel van zijn slaven lieten het leven tijdens een epidemie uitbraak, en niet veel later ging een deel van zijn geschriften, medicijnen en instrumenten verloren tijdens de grote brand van 191 in Rome. Dat kon hij naar eigen zeggen allemaal verdragen omdat hij keek naar wat hij nog wél had. Je kon je niet in alles berusten vond hij. Een goede vriend gemarteld zien worden of een verbanning uit eigen land zijn niet te verzoenen, dat was onaanvaardbaar.

Toch vertrok Galenus uit zijn geboortestad al deed hij dat vrijwillig. Hij groeide op in Pergamon, een Griekse polis in het huidige Turkijke waar een bekend heiligdom van Asklepios stond. In dit soort medische heiligdommen, waarvan er verschillende in Griekenland waren, konden de zieken genezen van hun kwalen. 

Reconstructie van het Asklepion in Pergamon, geboorteplaats van Galenus

Galenus begon hij zijn opleiding thuis en gaf deze een vervolg in andere medische centra in de steden Smyrna en Alexandrië. Uiteindelijk vertrok hij naar Rome waar hij gladiatoren behandelde en later zelfs in dienst trad van de Romeinse keizers. 

Centraal in Galenus’ denken stond de theorie van de Humores, het gedachtegoed van zijn voorganger Hippocrates. Die was van mening dat het menselijk lichaam was gevuld met vier lichaamssappen en elke sap vertegenwoordigde een bepaald temperament.

Hippocrates wordt beschouwd als de vader van de westerse geneeskunde, nog altijd bekend vanwege zijn beroemde eed die hedendaagse artsen nog steeds moeten afleggen. Hippocrates was net als Galenus geboren nabij een bekend Asklepiuscentrum. In een wereld vol Goden was hij de eerste die natuurlijke oorzaken voor ziektes zocht. Zo stelde hij een groot belang in hygiëne, stelde hij dat frisse lucht van grote invloed was op de gezondheid en wees hij bijvoorbeeld ook op het belang van goede eet- en drinkgewoonten. Hippocrates stelde dat de gemoedstoestand, de zogenaamde humores, werd bepaald door het evenwicht tussen vier lichaamssappen. Vanuit die gedachte onderscheidde hij vier persoonlijkheidstypes.

Hippocrates van Kos

(460 v.Chr – 370 v.Chr) Grondlegger van de medische wetenschap, nog altijd bekend vanwege de Hippocratische eed.

Flegmatisch

Cholerisch

Sanguïnisch

Melancholisch

Zo waren er de hartstochtelijke energieke mensen die tot de sanguinische type werden gerekend. Zij zouden een overheersende hoeveelheid aan bloed hebben en behoorde tot het element lucht. Het tweede type was het cholerische, die bij het element vuur hoorde. Mensen die binnen deze persoonlijkheid vielen zouden snel kwaad en geïrriteerd zijn wat kwam door een teveel aan gele gal. Mensen die een teveel aan zwart gal hadden waren van het melancholische type dat behoorde tot het element aarde. Zij waren vooral neerslachtig en werden vaak geplaagd door depressies. Heden ten dage spreken we nog altijd over zwartgalligheid. Tot slot was er de groep met een flegmatische aard die weinig emotie kenden, dit waren degenen die een teveel aan slijm hadden. Zij behoorde tot het element water. Veel ziektes werden verklaard door een overschot aan één van de vier sappen en een welbekende remedie was bijvoorbeeld het aderlaten bij het sanguinische type behoorde.

Dat brengt ons terug bij Galenus die een stap verder ging dan Hippocratus. In zijn anonieme brieven stelt hij dat een gezond lichaam voor een gezonde ziel zorgde. En omgekeerd. Galenus kletste niet uit zijn nek. De Griekse arts had zich goed verdiept in filosofen als Plato en Aristoteles. Zo kon je het cholerische type die een teveel aan geel gal hadden confronteren met hun eigen gedrag. Schaamte door spiegeling noemde hij dat. Ook opperde hij, dat wanneer je problemen had, het raadzaam was om te praten met een mentor of een kritische vriend. Wat je in ieder geval niet moest doen was bijten. Hij geeft daarbij het voorbeeld van zijn moeder die blijkbaar een teveel aan geel gal had, want zij zou haar slaven hebben gebeten wanneer ze woedend was. Galenus nam daar geen voorbeeld aan, hij vond het wijzer om je te spiegelen aan iemand die je bewondert. Wat dat betreft lopen Galenus’ weg en die van mij sterk uiteen. Mijn moeder was voor mij wél het een toonbeeld van wijsheid, compassie en liefde. En al doet het elke dag nog pijn dat ze niet meer in levende lijve bij me is, begeleidt ze me nog altijd wel bij het opvoeden van mijn jongens. En dat is prachtig, want ik kijk vooral naar wat ik wel heb.

  copyright © Erik de la Porte (2019)   erik.delaporte@gmail.com

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Instagram Social Icon